1. Waaraan kun je de Bijvoet herkennen?

Soms kom je kruiden tegen in de natuur die wel erg veel lijken op struiken. Een voorbeeld van zo'n kruid is Bijvoet, Artemisia vulgaris, uit de familie van de Composieten. Het is een plant die vanuit de overblijvende wortelstok in de loop van de lente en zomer pijlsnel groeit en soms wel manshoog kan worden. Door de sterke vertakking van de roodbruine tot paarsbruine stengels heeft de plant het uiterlijk (habitus) van een struik. De stengels lijken echt op takken. Maar aan de bladeren die van onderen zilverwit zijn is de soort goed te herkennen. De hoofdjes met piepkleine bloemetjes lijken nauwelijks op de hoofdjes van de meeste composieten, die immers bijna altijd fraaie kleuren hebben. De soort is dan ook een windbestuiver.

Bijvoet, uit de Composietenfamilie, is een zwak aromatische plant met bladeren die aan de bovenzijde groen en vrijwel onbehaard en aan de onderzijde witviltig behaard zijn. De bladeren aan de hele stengel zijn allemaal ongeveer hetzelfde. De bovenste zijn enkel geveerd en kunnen enigszins zittend aan de stengel staan. De onderste bladslippen lijken dan de stengel te omvatten. Naar beneden toe zijn ze vaker dubbel geveerd. De vrij lange veerdelige slippen hebben parallel lopende gave randen die in een spits eindigen.

De vrijwel kale stengels komen na de winter tevoorschijn uit de ondergrondse, verhoute wortelstokken. Ze zijn slank en rood tot paarsrood van kleur tot bovenaan toe. Ze zijn taai en gegroefd en doen wat houtig aan, waardoor deze kruidachtige plant wat op een struik lijkt. Ze kunnen tot 1,5 m hoog worden, soms zelfs nog wat hoger. Naar boven toe vertakt de stengel en daar ontwikkelen zich de pluimvormige gerangschikte bloeiwijzen met daarin veel kleine hoofdjes. De eivormige kleine hoofdjes, slechts een paar mm in doorsnee, hebben aanvankelijk kleine geelachtige buisbloemetjes die later kleuren naar roodbruin. Aan de rand in het hoofdje staan binnen het omwindsel gereduceerde vrouwelijke bloemetjes met stempellobben, die boven het omwindsel uitsteken. 

foto: Bloeiwijze Bijvoet, Sonja Kemp

 2. Waarom veroorzaakt de Bijvoet meer klachten dan andere kruiden?

De mannelijke bloeiende bloemetjes geven enorm veel pollen af dat door de wind wordt verspreid. Dit pollen is sterk allergeen en daarmee is de Bijvoet tijdens zijn bloeitijd van augustus tot september een van de belangrijkste kruidachtige hooikoortsplanten.


“Opvallend is verder dat Bijvoet veel door insecten wordt bezocht, die de Bijvoet als voedselplant hebben (Flora van Nederland).

3. Bezocht door insecten? De Bijvoet is toch een windbestuiver?

Het lijkt een tegenspraak, maar dat is het niet. Een aantal boomsoorten dat tot de windbestuivers hoort wordt ook door insecten bezocht. Een mooi voorbeeld is de Hazelaar. Imkers hebben maar wat graag een paar Hazelaars in de buurt van hun bijenvolkeren staan, omdat in de tijd dat de eerste bijen op zonnige dagen aan het eind van de winter gaan vliegen, ze dan in de Hazelaar een soort vinden die heel veel pollen produceert. Zo is het bij Bijvoet ook. Een aantal kleinere insecten benut de Bijvoet als voedselplant, waar het pollen wordt verzameld, maar het overgrote deel van het pollen wordt aan de lucht afgegeven. 




5. Waar komt de Bijvoet voor?

Bijvoet heeft een groot areaal over de hele wereld en bevolkt hele steppengebieden. Ze komt in Nederland heel algemeen voor, bijvoorbeeld op braakliggende terreinen en langs wegen in bermen. De plant prefereert een zandhoudende, maar voedselrijke grond. Het is een uitgesproken cultuurvolger, die braakliggende terreinen meestal in het tweede jaar van braakliggen domineert, nadat in het eerste jaar meestal de Melganzenvoet dominant aanwezig is.

Het is dus een plantensoort die je overal in het land vindt. Hij staat in bermen, langs wegen, akkers, bosranden, op verlaten industrieterreinen, kortom overal waar door mensen is gerommeld. En waar is dat tegenwoordig niet het geval? Alleen in goed beheerde natuurreservaten kom je de soort niet tegen, hooguit een enkele klein blijvende plant.

Dit jaar zie ik de Bijvoet enorm uit de grond schieten. De regen is een flink pluspunt en planten van meer dan twee meter zie je geregeld. Momenteel (19 juli 2021) zie je de pluimen boven in de planten vol staan met bloemknoppen. Die zijn nu nog klein, bolvormig en zilverwit van kleur. Over een paar dagen kunnen de eerste knoppen zich openen en dan begint het stuiven van pollen. Dat zal het geval zijn waar de plant beschut en warm staat zoals op ruderale terreinen in steden tegen muren waar de zon op schijnen kan. Gezien de onstuimige groei de laatste weken verwacht ik een behoorlijk hevig pollenjaar van Bijvoet.

6. Op de kaart lijkt het alsof de Bijvoet echt overal voorkomt, is de concentratie ook overal zo’n beetje vergelijkbaar, of kunnen er toch lokale verschillen zijn in pollendruk?

Het voorkomen in Friesland lijkt redelijk beperkt. Dat hangt samen met de vele open wateren en de hoge grondwaterspiegel. Ook drogere gebieden zoals de Veluwe, de Kempen, de Brabantse zandduinen hebben ook minder of zelfs nauwelijks begroeiing van Bijvoet maar dat wordt gecompenseerd door al die gebieden waar veel stikstofdepositie plaats vindt.

Je kunt je ook nog de vraag stellen of het warmer worden effect heeft in de steden. Dat geldt zeker in zijn algemeenheid voor de versnelde groei van plantensoorten, dus ook voor planten die het stuifmeel of pollen aan de lucht afgeven. Het kan dus zijn dat de pollendruk in steden eerder oploopt dan op het platteland, zoals ik hiervoor al  even geschetst heb. Maar er zijn natuurlijk meer factoren die een rol spelen. Zo kan een verstandig gemeentebestuur ervoor zorgen dat plantensoorten die pollenallergie veroorzaken zo weinig mogelijk in de bebouwde kom te vinden zijn. Wat Bijvoet betreft kun je stellen dat als je ervoor zorgt dat er zo weinig mogelijk ruderale plekken zijn in de stad, dat je dan de kieming en ontwikkeling van die plantensoorten belemmert. Ook verstandig groenonderhoud moet een stimulans hierbij zijn. Helaas zie ik vaak dat het groen zo rigoureus wordt aangepakt, dat zelfs Brede wespenorchissen, die veel in de stedelijke omgeving staan, worden omgemaaid. Werk dus met verstand en selectief, zou ik aanraden. 

7. Wat zijn de verschillen tussen de Bijvoet en Ambrosia met betrekking tot de pollendruk?

Laten we beginnen met te constateren dat het pollen van Ambrosia véél sterker allergeen is dan dat van Bijvoet. Maar kijk naar het verspreidingskaartje van Alsemambrosia (er zijn nog twee andere soorten Ambrosia maar Alsemambrosia is de meest aangetroffen soort in Nederland van die drie), dan zie je dat er een paar zogenaamde hotspots zijn en verder is de soort erg verspreid en soms beperkt tot één of slechts enkele exemplaren. Daardoor blijft de pollendruk van Bijvoet in zijn totaliteit veel hoger dan hij van Ambrosia zal zijn, zo’n enkele lokale hotspot uitgezonderd. Waar we voor moeten waken, en dat doet de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit in samenwerking met een aantal instanties waaronder Pollennieuw/Hooikoortsradar en Flora van Nederland, is dat Ambrosia zich als invasieve exoot mettertijd inburgert en definitief vestigt overal in Nederland. Dan kunnen we onze lol op. Dus bestrijden we deze in Amerika allerergste pollenplant, die hier van oorsprong niet thuis en inheems is.

verspreidingskaartjes: Flora van Nederland


“Een allergie voor bijvoetpollen gaat vaak samen met een allergie voor selderij, peterselie, wortel, venkel, komijn, dille, paprika en anijs. We spreken dan van kruisallergieën” (Flora van Nederland). 

8. Kun je deze kruisallergie ook botanisch verklaren, is het allemaal dezelfde familie?

Neen, genetisch kan ik dat niet verklaren. Bijvoet is een soort uit de Composietenfamilie; met uitzondering van paprika, die tot de familie van de Nachtschaden hoort, zijn de andere soorten allemaal soorten uit de Schermbloemenfamilie. Het kan wel goed zijn dat er stoffen, zoals alkaloïden en andere chemische verbindingen zijn die in al de genoemde soorten kunnen voorkomen. Bijvoet wordt immers ook in een aantal recepten gebruikt vanwege de smaakstoffen die erin zitten.

Kruisallergieën is een heel speciaal terrein, waar nog veel onderzoek naar gedaan moet worden. Ik refereer even naar de kruisallergie tussen Berkenpollen en appels en een aantal andere vruchten (het zogenaamde paraberksyndroom). Mensen die gevoelig zijn voor berkenpollen krijgen, als ze deze kruisallergie hebben, jeuk en uitslag als ze een verse appel eten. Maar verwerk je appels in appelmoes of appeltaart, kortom verhit je appels hoog, dan kunnen ze zonder problemen appelmoes en appeltaart eten. Blijkbaar worden door de verhitting bepaalde stoffen afgebroken, die in verse appel aanwezig zijn. Kortom hier is nog een mère à boire voor onderzoek.

 


Andere weetjes over de Bijvoet:

Bijvoet dankt zijn naam waarschijnlijk aan het verhaal dat de Romeinen bladeren van de Bijvoet in hun sandalen stopten om op die manier te voorkomen dat ze voetproblemen opliepen tijdens de lange dagmarsen, die ze in hun legioenen aflegden. 

De Mongolen die vroeger in Midden-Mongolië geteisterd werden door wolken Mongoolse grote muggen (ter grootte van kleine garnaaltjes) zetten de Mongoolse bijvoetplant (met zijn typische blauwachtige, harige sappige bladeren) in om de muggen te verjagen op de Mongoolse vochtige grasvelden. Ze hadden bemerkt dat wolven de planten vertrapten ten tijde van muggenplagen, zich vervolgens wentelden in de bladeren, om aldus hun vacht te vrijwaren van muggen. De plant bezit een natuurlijk aroma dat muggen verjaagt. (wikipedia)

De naam Artemisia hangt samen met de Griekse godin Artemis, die onder andere als beschermster van de geboorte beschouwd werd. Van Bijvoet werd dan ook een medicijn gemaakt dat gebruikt werd bij vrouwenziektes.

 












Brouwen met Bijvoet

Ook werd de soort wel gebruikt om sterke drank van de maken, zoals dat bijvoorbeeld ook met de nauw verwante Absintalsem geschiedt.

“Wij pakten die handschoen op en gingen op zoek naar een bitter alternatief voor hop en kwamen na vele omzwervingen uit bij duizendblad en bijvoet.  (Follow the Beer, Donder op met je hop >>) “


foto's Bijvoet: Herman van Wissen, Flora van Nederland