Witte Els - Alnus incana
25 Februari 2010
De witte els (Alnus incana, synoniem: Alnus indica), ook wel grijze els of grauwe els genoemd, is een boom die behoort tot de berkenfamilie (Betulaceae). De boom komt van nature voor in Noord- en Midden-Europa, Noord-Amerika en West-Azië.
De boom kan tot 15 m hoog worden en heeft en grillig gevormde stam. De piramidale, afgeronde kroon is half open. De gladde bast is grijs en de zeer kort gestelde knoppen hebben en blauwachtige kleur. Het iets grijsgroene blad is eirond tot langwerpig eirond, heeft een dubbel gezaagde bladrand en een spitse top. Het jonge blad is dicht behaard en is bezet met papillen.
De witte els is eenhuizig. De boom bloeit in februari en maart. De geel gekleurde, mannelijke katjes hangen, terwijl de kleine, roodgekleurde, vrouwelijke katjes rechtopstaan. De gevleugelde vrucht is een nootje. Het zaad is rijp in oktober en november.
De boom komt voor in loofbossen op kalkhoudende, vrij natte tot vochtige grond. De soort kan ook goed op droge grond gedijen.
Het hout is zacht en fijn, met een regelmatige rekening en goed te bewerken. Buiten is het niet duurzaam, tenzij continu onder water (vroeger werden er wel heipalen van gemaakt). In tegenstelling tot het hout van de zwarte els (Alnus glutinosa) is het hout van de witte els lichtbruin/geel van kleur en zitten er, regelmatig verdeeld, kleine spiegels in het hout. Het hout glanst daardoor een beetje. (Bron Wikipedia)
Voor een uitgebreide beschrijving kijk ook op Wilde planten
De boom kan tot 15 m hoog worden en heeft en grillig gevormde stam. De piramidale, afgeronde kroon is half open. De gladde bast is grijs en de zeer kort gestelde knoppen hebben en blauwachtige kleur. Het iets grijsgroene blad is eirond tot langwerpig eirond, heeft een dubbel gezaagde bladrand en een spitse top. Het jonge blad is dicht behaard en is bezet met papillen.
De witte els is eenhuizig. De boom bloeit in februari en maart. De geel gekleurde, mannelijke katjes hangen, terwijl de kleine, roodgekleurde, vrouwelijke katjes rechtopstaan. De gevleugelde vrucht is een nootje. Het zaad is rijp in oktober en november.
De boom komt voor in loofbossen op kalkhoudende, vrij natte tot vochtige grond. De soort kan ook goed op droge grond gedijen.
Het hout is zacht en fijn, met een regelmatige rekening en goed te bewerken. Buiten is het niet duurzaam, tenzij continu onder water (vroeger werden er wel heipalen van gemaakt). In tegenstelling tot het hout van de zwarte els (Alnus glutinosa) is het hout van de witte els lichtbruin/geel van kleur en zitten er, regelmatig verdeeld, kleine spiegels in het hout. Het hout glanst daardoor een beetje. (Bron Wikipedia)
Voor een uitgebreide beschrijving kijk ook op Wilde planten
Voor de archiefbeelden van 2009 klikt u hier , voor 2008 klikt u hier en voor die van 2007 klikt u hier!

